
Wanneer we de ligplaats verlaten hebben, richting noorden, komen we bij de massieve rotsen van Porto Conte, een omvangrijke natuurlijke haven, die zelf reeds door de Romeinse schepen werd aangedaan. De grotten van Falco (de havik), dei fantasmi (de geesten), delle stalattiti (de stalactieten), dei Cervi (het hert) en del Pozzo (de bron) kenmerken deze streek.
Eenmaal voorbij dit natuurlijke fjord bereiken we de hoge kliffen van Capo Caccia, een overhangende rots die in zee valt en zo een uniek en spectaculair landschap creëert.
In dit gebied zijn er heel wat prachtige duiken te maken, waarvan de meeste grotduiken zijn: de Madonnina, de 'Tunnel', de Fiord, de Cabirol, de 'Porch' en de meest gekende 'de grot van Nereo'.
Wanneer we verder varen, zien we recht voor ons 'Cala Inferno', het mooie Foradada Eiland, genoemd naar zijn vele grotten (foro=gat).
Verder naar het noorden bereiken we het eiland 'Piana' en 'Cala Barca', waar we mooie duiken maken in grotten en tussen indrukwekkende rotsbogen. Heel interessant zijn hier de overblijfselen van een gezonken galjoen uit de 16de eeuw, met kanon.
Hierna gaat het richting 'Argentiera', een kaap in het midden van de zee die een inham verbergt met in het midden een prachtig strand. Dit werd vroeger gebruikt om zilveren mineralen te verbergen, die men uit een mijn haalde.
Nog verder noordwaarts vinden we het eiland 'Asinara', een natuurpark dat zeer de moeite waard om te bezoeken, zowel onder als boven water.
En het uitzicht vanaf het beroemde Pelosa strand nabij Stintino is onvergetelijk.
Wanneer we vanuit Capo Galera richting Bosa varen, volgen we in eerste instantie een vrij rechte kustlijn tot aan Capo Marargiu. Hier kunnen we fascinerende duiken maken tot op een diepte van 40 meter.
Aan de monding van de rivier Temo, de enige bevaarbare rivier van Sardinië, kunnen we het charmante dorpje Bosa bewonderen. Bosa wordt gedomineerd door een heuvel waarop de ruine staat van een sober kasteel uit 1100 van Marquis Malaspina.
Verder naar het zuiden bereiken we rotsachtige torens die oprijzen uit de zee. Deze torens, die men Corona Niedda noemt, bieden enkele mooie duikplaatsen.
Daarna krijgen we de beroemde Puntillone, een ondergelopen monolitische rots. En na enkele uren varen komen we toe aan het eiland Mal di Ventre, een prachtig natuurpark, met schildpadden en migrerende vogels.
Wanneer we voor anker gaan bij Cala dei Pastori, lijkt het wel of we een eiland van de Malediven zijn aangekomen, met fijne witte zandstranden en kristal helder water. Hier kan je uitzonderlijk mooie duiken maken, op onvervuilde bodems, rondom het eiland.
Voorbij de Golf van Oristano bereiken we Capo Frasca en Torre dei Corsari waar we de mooie zandduinen kunnen bewonderen op het Pistis strand.
Hier hebben we uiteindelijk Costa Verde bereikt, verlaten en wild, en we komen aan bij Buggerru, een mijnstreek van de voorbije eeuw, waar een rotsachtige muur over zee uitkijkt. Dan zien we een hoog rif in het midden van de zee, Plan di Zucchero, weer een nieuwe geschikte plek om wat te duiken. Hier zijn we vlakbij de eilanden San Piedro en Sant'Antioco, waar de Fenicische vestingen nog steeds zichtbaar zijn.
In het vissersdorpje Carloforte is de voertaal nog steeds het Ligurische dialect, dankzij de vestiging van de Genovesi in de 19de eeuw. Het traditionele Tonnara, dat elk jaar plaatsvindt, en de productie van 'bottarga' zijn typisch van deze streek.
De duiken rond deze eilanden zijn uniek en fascinerend.